De oorsprong van de naam


Dat de naam Porcelijn iets met porselein te maken heeft ligt voor de hand, maar hoe dan precies? 

Sinds de introductie van porselein in de 16e eeuw, is het Chinese aardewerk populair in Nederland en werd het in grote hoeveelheden geïmporteerd. Nadat halverwege de 17e eeuw in China een een burgeroorlog uitbrak, stagneerde de aanvoer. Daarom begon men toen Japans porselein te importeren. Dat was weliswaar duurder, maar ook veel mooier. In Japan had men een techniek ontwikkeld waarbij porselein over het glazuur werd beschilderd. Hierdoor konden meer kleuren dan alleen blauw gebruikt worden.


imari-arita-ware.jpg

Imari-Arita porselein uit Japan


Rond 1700 begonnen een aantal Delftse pottenbakkers ook hiermee te experimenteren. Een van hen, Elias Colier, verhuisde in 1729 naar Amsterdam, om te trouwen met de zus van Daniel Raap, een beruchte porseleinhandelaar.

 Nog datzelfde jaar kreeg Elias toestemming voor het plaatsen van een porseleinoven op het Roeterseiland. (Merkwaardig genoeg staat in de acte: "Realenijland tusschen de Weesper en de Muiderpoort", maar dit is duidelijke een verschrijving). 


1729 Colier.jpg

“Geeft met behoorlijke onderdanigheid te kennen Elias Colier, wonende binnen deze stad dat hij Suppl. Mede heeft uitgevonden en met weynig personen tot Delft eenigentijd aldaar geoefend de kunst om porceleyn te gloeien, en zodanig coleuren te geven als zij des goedvinden, dat daartoe een oventje nodig is…”


Hij was hiermee de eerste porseleinschilder in Amsterdam. Hij zal hulpkrachten hebben ingehuurd, en die waren er volop in de nabij gelegen arme jodenbuurt. Vermoedelijk hebben een paar handige joden de kunst afgekeken bij Colier, waarna ze voor zichzelf begonnen zijn. In 1757 kreeg Abraham Alexander, Porcelynschilder, toestemming voor de plaatsing van zijn eerste porseleinoven: het begin van een bloeiende huisindustrie van Amsterdams Bont, waarbij enorme hoeveelheden overschilderd porselein werd geproduceerd.



Overzicht van gevonden aanvragen & permissies voor plaatsing van ovens door porseleinschilders in het minuutregister:


  1. 1739 (blz. 89) Actum den 29 november 1729  Elias Colier krijgt toestemming voor plaatsing van een oven …om porceleyn te gloeien…
  2. 1757 (blz.255) Actum den 11 Junij  Abraham Alexander …weezende een Porcelyn Schilder… wonende in de Kerkstraat tussen de Amstel en de Weesperstraat circa in het midden, aan de zuid zijde krijgt toestemming voor een droogoven in het achtergebouw.
  3. 1762 (blz.130) Actum den 25 February  Abraham Alexander & Comp., wonende in de Weesper Kerkstraat tussen den Amstel en Weesperstraat aan de noordzijde krijgt toestemming voor een oventje om porcelein te emailleeren in het achterhuis.

    (De periode mei 1765 tot januari 1772 ontbreekt in het minuutregister)
  4. 1772 (blz.7) Actum den 17 January  Abraham Alexander, ’posteleinschilderer’ wonende in de Lange Houtstraat in de Turfdragersgan krijgt toestemming voor een droogoven.
  5. 1772 (blz.48) Actum den 9 Sept Hartog Abrahams, wonende Raapenburgstraat aan de westzijde in het midden krijgt toestemming voor een oventje op de open plaats achter het huis.
  6. 1776 (blz.255) Actum den 7 May Michiel Abrahams, wonende in de Kerkstraat tussen den Amstel en Weesperstraat en ‘…onkundig weesenden…’  (het oventje stond er kennelijk al) krijgt toestemming vooreen fornuis ter drooging van aardewerk…’ (Door het overlijden van zijn vader Abraham Alexander op 1 oktober 1775 was de aanvraag er kennelijk bij ingeschoten.
  7. 1778 (blz.372) Actum den 27 May Hartog Abrahams, wonende in de Rapenburgerstraat aan de oostzijde krijgt toestemming voor ‘…Posteleyn Schilders Oven fournuijs …. in het Tuynhuis’.
  8. 1780 (blz.481) Actum den 6 Juny Hartog abrahams, wonende in de Rapenburgerstraat aan de westzijde krijgt toestemming voor een extra ‘…postelijn oventje…’
  9. 1785 (blz.143) Actum den 3 may Hartog Abrahams, porseleinschilder wonende op de Herengacht tussen de Amstel en de Houtmarkt krijgt toestemming voor een oventje.


Van 1757 tot 1785 werd tenminste 8x toestemming voor een porseleinoven gevraagd en misschien wel vaker, want er ontbreekt bijna zeven jaar aan het minuutregister. Helaas konden ze tegen het einde van de 18e eeuw niet langer concurreren met de nieuwe porseleinfabrieken in Europa, en raakte de industrie in verval.

Maar toen in 1811 in Nederland de burgerlijke stand werd ingevoerd, verbonden twee zonen van Abraham Alexander, hun naam officieel aanhet  porselein: Machiel Abraham liet zich Porcelijn noemen en zijn jongere broer Emanuel Abraham Porcelein. Een kleindochter van Machiel bleef tot haar dood de naam Porcelijnschilder gebruiken.


Handtekening.jpg

31-07-1844. Huwelijksakte Isaac Gordijn met de handtekening van zijn moeder Aaltje Abraham 


overleden.jpg

Alg Handelsblad, 1899-12-05 avond p.7


De schrijfwijze met de korte ei verdween en uiteindelijk bleef alleen Porcelijn over. Later zouden twee Porcelijnen naar Amerika emigreren: Alexander Abraham (1851–1920) nam daar in 1884 de naam Porcelain aan, Salomon Elias 'Bob' (1919–1987) liet zich in 1955 tot Porcelyn naturaliseren.

Maar hoe de naam ook geschreven werd, ze waren allemaal nakomelingen van stamvader Abraham Alexander…



Schematisch:


Abraham Alexander Postelein(-schilder)  (1723–1775), de stamvader

  1. Machiel (1749–1826) nam op 16 december 1811 de naam Porcelijn aan.

Abraham Machiel (1786) –> Aaltje Abraham, bleef zich tot haar dood Porcelijnschilder noemen.

  2. Emanuel (1757–1829) nam op 27 januari 1812 de naam Porcelein aan. 

Alexander Emanuel (1789–1855)

Abraham Alexander (1818–1894) –> Alexander Abraham (1851–1920) emigreerde in 1868 naar de VS In 1884 werd genaturaliseerd als Henry A. Porcelain.

Salomon Alexander(1818–1890) –> Abraham(1857–1886) –> Abraham(1886–1842) –> Salomon Elias "Bob"(1919–1987) emigreert naar de VS en werd genaturaliseerd als Sal Robert Porcelyn.



–––o–O–o–––

25/01/2023